Niet voorstelbaar is niet onmogelijk
Heel de wereld zag van de week Donald Trump zijn State of the Union houden. Terwijl hij uithaalde naar zijn tegenstanders, dacht ik: we leven in een vreemd soort wereld. Decorum is verdwenen. Hij zegt wat hij denkt en de helft van de zaal (en misschien ook wel de wereld) applaudisseert. De andere helft kookt van woede.
Ik ben een kind van de jaren negentig. Groot geworden met Amerikaanse blockbusterfilms, vooral de feelgoodvariant. Als het niet goed eindigde, begon ik er niet aan. Er was altijd een held, liefde liep goed af en de moraal werd uitgespeld zodat niemand kon missen wat goed was.
Van de week las ik De Bunker van Richard Osinga. Een van de hoofdpersonen zegt dat er twee soorten mensen zijn: zij die van Amerikaanse klassiekers houden, en zij die hun mythologie kennen. Het zal duidelijk zijn in welk kamp ik zat.
Ik kon me Brexit niet voorstellen. Net zomin als Trump als president, oorlog in Europa of instituties die de democratie niet meer beschermen. Maar blijkbaar is ‘niet voorstelbaar’ iets anders dan ‘onmogelijk’.
Misschien hebben we daarom wetten en regels bedacht — als vangrails voor de mensheid. Zonder die vangrails zijn we lachend in staat de afgrond in te rijden. Misschien blijkt die Amerikaanse feelgoodfilm uiteindelijk gewoon een Griekse tragedie. Alleen draaien we nog steeds in de zaal, popcorn in de hand, wachtend tot de held opstaat. En de vraag is niet of het goed afloopt, maar of we het zouden herkennen als het dat niet doet.